(Op de fiets)
"Waar gaan we eerst naar toe, mammie?"
- Zullen we eerst naar de hertjes gaan?
"Ja, maar 't grote hert is er niet, he? En zijn de kippen er ook niet?"
- De kippen vind je niet zo leuk, he? Waarom niet?
"Nou..., die maken een boel lawaai.
(korte stilte)
"Wat gaan we daarna doen, na de hertjes?"
- Speentjes kopen voor Boris...
(onderbreekt de komende opsomming):
"Ik wil liever luiers voor Mila kopen."
- Dat gaan we
ook doen.
"Zijn papa en Boris in 't ziekenhuis?"
- Ja.
"Papa kan wel heel goed voor Boris zorgen, he."
- Ja, dat kan hij heel goed.
"Papa is heel lief, he. En gaan de dokters
ook zorgen?
- Ja, zodat Boris snel weer beter wordt en dan mag hij misschien naar huis.
(Heel enthousiast):
"O, wanneer komt Boris naar huis?"
- Als hij minder ziek is.
"En wie brengt Boris dan thuis?"
- Dan mogen wij hem zelf halen, denk ik.
"O.."