vrijdag 29 augustus 2008

"Bo-o, bro en meeuwj!"

Bij de boot kijken in de haven [bo-o!], brood kopen bij de bakker [bro!], meeuwen die in de lucht vliegen [meeuwj! lie!], door de duinen lopen is zwaar; [dra!] dragen dan maar en daar is de zee [see!]. Nog dichter bij de golven gaan [kijke!].
Met Mila in het vakantiehuis een treintje bouwen [train!], een boekje lezen [lie!] of gewoon bij mama op schoot [bij!]. Een vitaminepilletje na het eten [pittetje!] of eerst een [toeta!] toetje?
Papa is zwemmen in de zee, waar is hij nou [mama; Pieta?] en dan met de handjes in de lucht 'weg' uitbeelden.
Opa [poepa!] en oma [mma!] kwamen een paar daagjes op bezoek. Wat een feest!

Het was een heerlijke vakantie voor ons allemaal!!