maandag 17 november 2008

"Foei, foei! Wat een levendigheid!"

Zondagochtend: ik voel me weer eens fit genoeg om erop uit te gaan. Boris en ik gaan zo meteen bij mijn bijna 94-jarige oma op bezoek. Boris vindt het heerlijk om in de auto te rijden en wil dus sowieso mee wanneer hij de "blauwe auto" voor de deur ziet staan. Om er zeker van te zijn dat hij ook echt mee mag, blijft hij maar herhalen: "Boris mee! Boris ook mee!" of "Ikke ook!" En aangezien het huis verlaten sinds anderhalve week eigenlijk niet meer mogelijk is zonder dat Boris zijn nieuwe houten loopfietsje (4 wieltjes) tussen zijn benen heeft, gaat die ook mee. Dus:"loofies mee!".

Onderweg denkt Boris nog dat we naar mijn ouders gaan en vraagt hij enthousiast: "Opa toe?" Nee, we gaan niet naar opa. "O, opa thuis! Opa Moohoek" zegt hij heel begrijpend, maar oma dan? dan moet het wel oma zijn: "Oma toe?" (op hoopvolle toon).
Bij 'grote oma' of 'oma Flora' is Boris nog nooit geweest. Hij aarzelt dan ook om met zijn loopfietsje de lange gang door te loopfietsen.

Voor oma is het een verrassing dat we er zijn en ik denk even dat ze me niet herkent: oma heeft 10 kleinkinderen en 15 achterkleinkinderen. Ze gaat de laatste tijd hard achteruit. Ze is stil en blijft stil die eerste minuten en vraagt een beetje afwezig, kijkend naar Boris: "Hoe heet hij?" Boris. "Floris! Kom eens bij oma. Ik ben Flor-a." Hij heet BO-ris.... En dan lijkt het net of er ineens een lichtje gaat branden bij oma. Was hij niet heel erg ziek geweest? En hoe gaat het nu met hem? Ik ben verbaasd en ontroerd dat ze dat toch weet, terwijl ik er tegelijkertijd nog steeds niet zeker van ben dat ze mij goed kan plaatsen.

Boris krijgt rozijntjes die hij bij oma Flora gaat halen. Oma kijkt naar hem en vraagt nog eens "Was hij niet erg ziek geweest?". Ik vertel heel kort en laat oma dan genieten van Boris. Boris wijst de auto's aan die hij drie verdiepingen lager ziet. Hij vertelt aan mij wat hij ziet en hoort. Gelukkig praat hij niet direct tegen oma, want dat zou ze niet meer kunnen verstaan. En zien? Wat ziet oma nog? Heel weinig zou je denken met dat sterk verminderde gezichtsvermogen. Toch ziet ze dat Boris ondeugend kijkt of oma gaat zeggen dat iets wel of niet mag. Ik blijf een tijdje stil en geniet van de interactie tussen oma en Boris. Ik zie heel oud en heel jong samen. Ik moet denken aan wat oma zei toen ze hoorde dat Boris zo ziek was. Het was toch veel beter dat zij ging? Ze begreep er niets van - hoe kon dat nou?! - en wenste me, 'meissie', veel sterkte.

Oma zucht. Ze kijkt nog eens naar Boris en zegt: "Foei, foei! Wat een levendigheid!"
Ja, denk ik, wat zijn we daar dankbaar voor, voor die levendigheid. Maar wat een contrast. Tjonge, jonge. Ik zucht ook, onhoorbaar, en wens oma in gedachten een spoedig vertrek naar een andere wereld..