maandag 20 april 2009

Weer goede controle!

Na 3 maanden zijn we vandaag weer terug voor controle op het WKZ.
"Mama, gaan we siekehuis?" [klinkt als een goede reden om er weer op uit te gaan]. "Ik hoef niet thuis," zegt Boris bijna altijd als we maar enigszins in de buurt van ons huis komen.
"Gaan we met de blauwe auto werken?" [vertaling: werken=weggaan].
Samen met Mila stappen we in de rode auto ("ik hoef niet Citroën!") en rijden we gezellig naar het ziekenhuis toe. "Mama, paarden! en nog paarden!" en Mila en Boris zingen samen liedjes mee met de cd.

"Ik zie Boris' ziekenhuis al," zegt Mila enthousiast als we de snelweg afrijden. Wanneer we wat dichterbij komen en ook Boris in de gaten heeft aan welk 'uitje hij deelneemt', zegt hij "Gaan we deze siekehuis?! Ik hoef niet siekehuis!". Vervolgens loopt hij blij samen met Mila onder het afdakje naar de draaideur toe. Boris mag op het liftknopje drukken en dan zijn we ineens op bekend terrein. Boris begint meteen met spelen en Mila aarzelt nog wat zij zal doen. We mogen direct door naar het bloedprikken. Ik zie dat Boris het ook gehoord heeft en dus gaat hij nog wat verder van mij weg staan spelen aan de trein-tafel.

De bloedprik-zuster is heel aardig en na kort tegensputteren " ik hoef niet bloed prik, ik hoef niet die prik!", vindt Boris het, weer net als anders, gewoon prima dat er drie kleine buisjes bloed uit zijn vingertje worden getapt. "Welke kleur is het bloed, Boris, zie je het?" vraagt de verpleegkundige. Boris heeft nog niet zo'n zin om zo snel toe te geven en draait zijn hoofd weg. "Is het zwart?" vraagt de mevrouw. Boris voelt meteen dat er een grapje wordt gemaakt. Hij kijkt voor de zekerheid nog even onder mijn arm door naar het bloedbuisje, kijkt de mevrouw aan, en zegt dan:"Ehhhh, denk ik niet,.... zwart!". Hij vertelt vervolgens de kleuren van de dopjes op de drie met prachtig bloed gevulde buisjes: "Ros, groen en grijs".

Na een half uurtje al, mogen we bij een vervangend specialist komen, die vertelt dat Boris' bloed nog steeds helemaal in orde is. Ook lichamelijk onderzoek levert gelukkig weer geen bijzonderheden op. Boris en Mila spelen en kletsen samen heel rustig terwijl ik nog even met de arts praat. Ze voelt nog even bij Boris' bovenbenen, want hij zegt regelmatig "Ik heb de pijn aan de benen" terwijl hij dan altijd aan de achterkant van zijn bovenbenen voelt. Zijn benen en spieren voelen ontspannen, zegt de arts en wij kunnen weer ontspannen naar huis.

Terug in de auto heeft Boris wederom geen zin om naar huis te gaan en doet een reeks van meer aantrekkelijke voorstellen:
"Gaan we opa en oma toe? Ik wil graag opa en oma toe in Molenhoek wa-hant...opa en oma zijn wel thuis!".
"Gaan we winkel toe?" De blauwe? (alleen AH is leuk omdat hij dan met zij eigen wagentje kan rijden).
"Gaan we Felien toe?" (vriendinnetje Mila). "Nee, Boris, we gaan lekker thuis buitenspelen. Zullen we samen buiten spelen?", zegt Mila.

Eenmaal thuis blazen ze samen bellen in de achtertuin. Aanstaande woensdag hervatten we het inentingsprogramma bij het consultatiebureau, waarmee we in mei 2007 zijn gestopt. Een klein beetje spannend is het wel om te zien hoe Boris daarop reageert, maar beresterk als hij is, zal dat wel goed gaan. Op 20 juli is zijn volgende WKZ-controle.