Boris is met mama op zolder. De deur is dicht terwijl van buiten het huis een soort geklop klinkt. Boris loopt blij naar de deur:
- 'Lila?'
- 'Lila!'
Nee, dat is Mila niet.
Korte stilte, dan hoopvol (er is immers geen andere conclusie mogelijk):
- 'Papa?'
Duwend tegen de dichte deur:
- 'Papa!'
Mila zit aan tafel en kijkt naar buiten: 'Boris, ben jij Mila's kleine konijntje?'
Boris speelt uit het zicht van Mila met een autootje. Met een ondeugende blik in zijn ogen zegt hij: 'Nee.'
Mila: 'Boris, ben je Mila's worteltje?'
Boris: 'Nnnn-nee!'
Mila [nog steeds met humor in haar stem]: 'Boris, ben jij dan Mila's kleine popje?'
Boris besluit niet meer deel te nemen aan dit gesprek en rijdt verder met zijn auto over tafeltjes, stoeltjes en de bank.
4xLila
'Lila?' - Is Mila beneden?
'Lila!' - Ja! daar is ze!
[Wijzend op knutselspullen]: 'Lila!' - Dat is van Mila
[Op de fiets met mama op weg naar het KDV]: 'Lila?' - Gaan we Mila ophalen?
En verder
Boris heeft er duidelijk lol in het 'woord' Mila zo veel mogelijk uit te spreken. Zijn overig vocabulaire:
- mama, papa
- bal
- tee-ee (=beer)
- toel (=stoel)
- kaike (=kijken)
- drrri (=drinken)
- lee-ee (=lezen)
- tauto
- pol (=appel)
- koko (=komkommer)
- poepa (=opa)
- mmm-ma (=oma)
En verder vertelt hij heel veel in langere zinnen. Ze zijn helemaal af. Met intonatie en al. Met rustmomenten als de ander spreekt, en een ware luisterhouding (vooral aan de telefoon). Alleen kennen wij de vertaling er niet van...